Okee Okee

Twee stukjes per week dan. En een sneeuwfoto. Omdat het zomaar had gesneeuwd vanochtend. Voor Tim (4) was dat geen verrassing. ‘Het is toch kerstvakantie? En met kerst sneeuwt het altijd. Dus.’

En gelijk heeft hij.

Kaas voor kerels

Ik kijk darts. Ik weet niks van darts. Maar omdat ‘we’ nou eenmaal in de finale staan, kijk ik darts. Inmiddels weet ik dat er bij darts na elke set, bestaande uit een leg of vier, vijf, een pauze is en die grijpt RTL7 natuurlijk aan om er een paar reclamespotjes tegenaan te gooien. Een van die spotjes is voor ‘Eru Prestige. Kaas voor Kerels’. Kaas voor kerels! We hebben het hier over smeerkaas hè? Van die veel te zoute plastic troep die alleen peuters op hun brood eten – en zelfs dat nog liever niet. Smeerkaas! Welke zichzelf respecterende ‘kerel’ eet dat!? Los daarvan zou kaas sowieso genderneutraal moeten zijn.

Overigens las ik vandaag ook dat er speciale Mannenthee bestaat. Echt, waarom?

 

Een heel jaar voor je

En nu is het dus 2017. Een jaar dat ik half slapend begon, want sinds ik kinderen heb, blijf ik nog maar met moeite tot middernacht wakker. Tenzij ik aan het werk ben, dan. Zelfs de spanning van Stranger Things, een doodenge Netflixserie over een jongetje dat zomaar verdwijnt, kon me nauwelijks wakker houden. We keken om twaalf uur met een slaapdronken kleuter naar het vuurwerk en lagen om half één in bed. Saai, maar heerlijk.

Maar nu dat jaar 2017. Ik zie er nogal tegenop. Want het is een jaar waar ik een hoop van moet (gaan) vinden. Donald Trump gaat regeren. Er zijn verkiezingen in Nederland, Frankrijk én Duitsland, waarbij met een beetje pech de boze witte man de boventoon gaat voeren. Het klimaat gaat naar de knoppen, de huizenmarkt raakt alweer overspannen en de oorlog in Syrië duurt maar en duurt maar – het staakt-het-vuren lijkt immers ook alweer van de baan. Ik denk dan nog maar even niet aan aanslagen, die steeds dichterbij komen. In 2017 moet Amsterdam aan de beurt zijn, toch? En dan gaat Tijn ook nog dood.

Ik steek er het liefst mijn kop voor in het zand. Ik wil helemaal niks horen over vluchtelingen in de modder, over zelfmoordenaars, over achterlijke tweets van Wilders en over appartementen van 40 m2 die voor vier ton verkocht worden aan een Rus. Ik wil geen mening hebben over die kerels in Den Haag die helemaal niks voor ons doen, over jongeren die wel gekort kunnen worden op hun pensioen omdat ze later toch een huis erven (maar dat las ik op Twitter), of over ouders die hun kind moeten missen omdat hij net op het verkeerde moment in de verkeerde nachtclub was. En ik wil al helemaal niks weten over muren op de Mexicaanse grens, hulpverleners die worden aangevallen terwijl ze iemand proberen te helpen en kinderen die zomaar ziek worden en doodgaan. Ik wil het niet. Want ik kan er eenvoudigweg niet meer tegen.

Maar het moet. Ik moet iets vinden van al deze dingen. Om een weerwoord te kunnen bieden. Om de wereld te kunnen blijven begrijpen. Om mijn kinderen uit te kunnen leggen waarom de dingen gaan zoals ze gaan. Want ze hebben al een moeder die niet kan vertellen waarom de maan soms overdag nog zomaar aan de hemel staat. Dat is al erg genoeg. En bovendien is het mijn werk, om de wereld te begrijpen en erover te berichten.

Maar vandaag citeer ik Spinvis: ‘Ik wil alleen maar zwemmen. Jippiejajee.’

 

Goede voornemens

Eén goed voornemen heb ik voor 2017. Het kwam halverwege dit jaar al een beetje opzetten, toen ik bij een cursus op mijn werk stil moest staan bij de dingen die ik echt graag doe, de dingen waar ik energie van krijg en de dingen die ik te weinig doe, maar vaker zou wíllen doen. Overal vulde ik ‘schrijven’ in. Ik word er zo blij en vervuld van, maar ik doe het zelden meer – los van de artikelen die ik schrijf voor bijvoorbeeld Ouders van Nu.

Toen ik van de week in een onbewaakt moment ook nog eens de oudste posts op dit blog las – die beginnen hier in 2006, maar op neeltjeschrijft.blogspot.com is er nog meer te lezen uit vroeger tijden – wist ik het helemaal zeker: ik moet weer vaker schrijven op dit blog. Toen deed ik dat dagelijks en het waren echt leuke en vaak ook goede stukjes. Zo jammer dat de sleetsheid erin kwam. Tuurlijk, toen had ik ook alle tijd, want student en geen gezin, maar dat betekent niet dat ik nooit meer iets hoef te tikken.

Dus. Mijn goede voornemen voor 2017 is: elke dag een stukje schrijven hier. Of op zijn minst drie keer per week. Niet alleen over de kinderen, maar ook over de actualiteit, politiek of andere belangrijke zaken. Het zal soms een beetje hangen en wurgen worden, maar ik wil het graag. En dan hoop ik dat jullie weer komen lezen.

Coverstory

IMG_1793Ik schreef een verhaal voor Ouders van Nu. Of eigenlijk schreef ik een cursus Angermanagement voor Ouders voor Ouders van Nu. Uit het leven gegrepen, mag ik wel zeggen. Opvoedcoach en mindful-parentingtrainer Merel Obermeijer, die ik citeer in het stuk, helpt ons af en toen om (het gedrag van) onze kinderen beter te leren begrijpen, om te gaan met onze dochter-die-niet-slaapt en, jawel, ons geduld te bewaren. Die laatste tips kan met name ik goed gebruiken.

En daar kunnen dus fijne artikelen uit komen, die zelfs groot op de cover staan én onderwerp zijn van het editorial. Het is een mooie dag. Als je op het plaatje klikt, kun je het lezen, of onder ‘Artikelen’.

Mijn laatste stuk voor de Rheinische Post

Migranten-Rheinische Post 4-5-16Gisteren schreef ik mijn allerlaatste stuk voor de Rheinische Post, over een migratierapport dat werd gepresenteerd. Op een heuse persconferentie, met klikkende en flitsende camera’s, vier sprekers achter een grote desk, met gigantische borden met daarop niet alleen hun geslacht, naam, meisjesnaam, maar ook al hun titels. Verder tafels vol koffie, thee, limonade en koekjes voor de journalisten. Op een eerdere persconferentie waar ik was, werden zelfs broodjes met zalm geserveerd.

Je kunt van de Duitsers veel zeggen, maar ze weten in ieder geval van zelfs de saaiste dingen nog een evenement te maken.

Het artikel dat ik na de koffie en de koekjes schreef, vind je hier. Ik kreeg er zowaar nog een compliment voor ook. Overigens is de inhoud van het stuk ook wel echt interessant. Uit het rapport waarover het gaat, van oa het Duitse CBS, blijkt namelijk dat een op de drie Duitse kinderen onder de zes inmiddels een migrantenachtergrond heeft. Ik vind dat best veel en ben ook heel benieuwd wat dat gaat doen met de Duitse samenleving. Hoe het in Nederland zit, heb ik nog zo gauw niet kunnen vinden.

Een andere interessant gegeven uit het rapport vind ik dat de migranten in Duitsland over het algemeen vrij tevreden zijn over hun leven in het algemeen, ondanks het feit dat ze lager opgeleid zijn en minder verdienen dan niet-migranten. Tweede-generatie migranten denken zelfs dat hun leven er over vijf jaar een stuk beter uit ziet, en dat denken autotochtone Duitsers niet. Ook bijzonder: 80 procent van de migranten wil absoluut in Duitsland blijven wonen. Het is natuurlijk ook een goed land om te zijn, als je bedenkt dat het gemiddelde netto salaris hier 2235 euro is. Dat verdienen migranten niet trouwens, die schommelen tussen de 1795 en 2000 euro netto. Wat ik ook nog niet eens zo weinig vind, eigenlijk.

Overigens gaat dit over migranten die al langere tijd in Duitsland zijn. De gastarbeiders en hun nakomelingen bijvoorbeeld, en de mensen die tot 2014 binnenkwamen. Over de vluchtelingen is nog te weinig bekend, behalve dat ze nauwelijks toegang hebben tot onderwijs en arbeid. Voor elke Iraanse vluchteling met een baan, is er ook eentje zonder. Bij de Syriers is het nog erger, daar heeft maar een op de drie werk.

Dat is dan ook wel weer een mooie bijkomstigheid van mijn periode hier in Berlijn. Ik houd me in Nederland meestal niet zo bezig met dit soort cijferrapporten en nieuwsdingen, want ik ben toch meer van de achtergrond, maar ik merk dat ik in ieder geval dit thema heel erg interessant vind, en ook heel benieuwd ben hoe het er in Nederland voorstaat met de migranten. Sowieso heb ik hier veel ideeen opgedaan voor nieuwe onderwerpen en artikelen. Ik hoop dat ik in Nederland (nog) de rust kan vinden deze ideeen ook echt uit te werken en ze mee te nemen naar Het Oog en naar bladen.

Nu eerst nog even authentiek Berlijns Mittagessen, dan nog vergaderen en dan zit het erop, hier bij de Rheinische Post. Jammer.

Een interview met Rutte

Interview Rutte RP 27-04-16‘Zo! Dus jij gaat ons een interview met premier Rutte bezorgen!’ De hoofdredacteur van de Rheinische Post, die even vanuit Düsseldorf over is om ‘zijn’ parlementaire redactie in Berlijn te bezoeken, zeilt bulderend mijn kantoor binnen. Hij slaat me nog net niet op mijn schouder, lacht nog eens hard en voor ik het weet, is hij alweer verdwenen.

Twee weken eerder. Maandag, tien over negen. Mijn eerste werkdag in Berlijn. Ik ben amper gearriveerd op de redactie of de chef legt de vraag al op tafel: of ik een interview met premier Rutte kan regelen voor de krant. Want ik moet begrijpen dat dat wel heel mooi zou zijn, voor de Regionalzeitung  van Nordrhein-Westfalen, die natuurlijk erg op Nederland gericht is. En wist ik al dat de krant, met alle partnerkranten, wel een miljoen lezers heeft? Een uitgelezen kans dus voor Rutte om zijn verhaal te doen, nietwaar?

Nog twee weken eerder. Taalcursus in Limburg. Een van de Duitse journalisten die straks in Nederland gaat werken, gniffelt als hij hoort dat ik op de parlementaire redactie van zijn krant terecht kom. “Mark my words”, lacht hij. “Ze willen een interview met Mark Rutte. Niks meer en niks minder.”

Drie weken geleden. De chef is veertien dagen ziek geweest, maar zet haar eerste voorzichtige stappen weer op de redactie. Haar allereerste vraag aan mij: “Wanneer kunnen we Rutte interviewen?”  Ik besluit dat het hoog tijd wordt om duidelijk te maken dat ik niet verwacht dat dat gaat gebeuren.

Want mijn drie mails aan de RVD, die de persafspraken voor Rutte maakt, leverden tot nu toe niets op. De aardige voorlichter die ik uiteindelijk maar eens opbel, geeft me weer hetzelfde mailadres, om mijn verzoek nogmaals naartoe te sturen. Of ik dan wél iets zou horen, kan ze me niet zeggen. Mijn Haagse collega’s in Nederland lachen me nog net niet uit als ik vraag hoe ik het dan het beste kan proberen en wensen me veel succes. Ik kan ze geen ongelijk geven.

Ik besluit eens bij mijn collega’s te vragen hoe vaak de krant eigenlijk al een interview met Bundeskanzlerin Merkel had gehad. Niet heel regelmatig, was het antwoord. Maar Duitsland is ook groot en Merkel druk. Op mijn antwoord dat Rutte ook best veel te doen heeft en lang niet alle Nederlandse media te woord staat, laat staan Duitse, krijg ik te horen dat ik het trotzdem nog maar eens moest proberen. Had ik zijn persvoorlichter al opgebeld? En had ik wel gezegd dat de krant wel een miljoen lezers heeft?

En mocht het nou echt echt echt niet lukken met Rutte, dan kan ik natuurlijk ook Frans Timmermans interviewen. Of Bert Koenders, in uiterst geval van nood. Een minister van Buitenlandse Zaken staat immers ook best mooi in de krant. Toch?

Maar dan ineens komt er, op een druilerige middag, een persbericht binnen van de RVD. Minister-president Mark Rutte bezoekt op maandag 25 april de Hannover Messe, de grootste technologiebeurs ter wereld. En er is een persmoment. Ineens ruik ik mijn kans. Ik bel de persvoorlichtster en vraag of de premier dan wellicht tijd zou hebben voor een interview met een Duitse krant met wel een miljoen lezers. Ik verwacht gegrinnik te horen aan de andere kant van de lijn, want Rutte is in Hannover omgetwijfeld veel te druk met alle elektrische auto’s, Hollandse ondernemers en begaafde TU-studenten om met mij te praten. Maar niks van dit alles. Ik krijg  maar liefst vijf hele minuten. Voor een interview. Onder vier ogen. Alleen hij en ik (en de persvoorlichtster) en het opnameapparaat.

Ik kan het bijna niet geloven. Mijn collega’s wel: ‚Zie je, de aanhouder wint altijd!‘ glunderde de chef. En ach, zo is het uiteindelijk ook.

Mijn interview met Rutte stond op Koningsdag op de voorkant van het buitenlandkatern en je kunt het hier lezen. En hoe het ook nog bijna mis ging, schrijf ik snel.

Ondertussen in Nederland

imageIn november trouwden Antal en ik. Met onze kinderen erbij. Het was een heerlijke dag, waarop we trouwens ook hoorden dat we naar Berlijn zouden gaan, dus het was dubbel feest! Over onze trouwdag en die van Thera Knopperts en Hannah Roelofs schreef ik een verhaal voor Ouders van Nu. Die verscheen afgelopen week en mijn verhaal staat zelfs op de cover. Nu ben ik extra trots! Het hele verhaal lees je hier.

Hoe mijn artikel ineens niet meer mijn artikel was

ArtikelAFDPVV010416Het was zwoegen op de redactie, de afgelopen twee weken. Omdat ik nogal verbaasd was over de heftigheid waarmee er in (links) Duitsland in het algemeen, maar hier op de redactie in het bijzonder, werd gereageerd op de overwinning van de AfD tijdens de deelstaatsverkiezingen in maart, stelde ik voor om een artikel te schrijven over de AfD en de PVV. Om een vergelijking tussen beide partijen te maken. Uit een soort empathie met mijn collega’s ook, om ze te laten zien dat wij in Nederland al tien jaar dealen met Wilders en consorten en dat dat in het begin ook echt lastig was, maar dat het land nog steeds overeind staat en de Nederlanders niet met geheven rechterarm over straat gaan. Want ja, de PVV is populistisch, anti-Islam, rechts en bij vlagen zelfs extreem-rechts en Wilders zegt soms ook echt heel rare dingen die ik hier nauwelijks uitgelegd krijg (‘Minder, minder, minder’), maar bij heel gevaarlijk en rechtsextremistisch, zoals ze hier denken dat de PVV is, denk ik toch eerder aan de neo-nazi’s en sommige lieden van Pegida, of aan Constant Kusters en de Nederlandse Volksunie dan aan Wilders.

Aldus geschiedde. Ik mocht het stuk schrijven, want ze vonden het razend interessant. Een vergelijking was alleen wellicht niet het beste idee, misschien kon ik beter opschrijven hoe er in PVV- en Front Nationalkringen werd gereageerd op de overwinning van Frauke Petry en haar partij. Daarvoor hoefde ik niet de Franse correspondent lastig te vallen hoor, ik kon dat ook wel op Google vinden. Ik besloot echter wel de Franse correspondent te mailen, want wie weet zulke dingen nou beter dan de vrouw ter plaatse? En zij kwam meteen met heel veel info en vond het heel bijzonder dat ik dit ging opschrijven, want: ‘het is een heel spannend thema’.

Een dag later kreeg ik te horen dat ze toch liever een vergelijking wilden tussen AfD, PVV en Front National, alle drie rechtspopulistische partijen die erg succesvol zijn de laatste tijd. Op eigen houtje besloot ik me dan toch vooral op AfD en PVV te richten. Ik ben tenslotte Nederlandse gastredacteur bij de krant en dus leek me dat wel te verkopen. Ik interviewde professor Axel Hagedorn, die zelf al eens een vergelijking maakte tussen AfD en PVV en zocht een goede Duitse politicoloog die me meer kon vertellen over het thema. Dat was makkelijker gezegd dan gedaan. Want ze willen hier het liefst Grote Namen in de krant, en die wisten nou net even niks over de PVV en de mensen die in mijn ogen wel interessante dingen zeiden, waren niet bekend genoeg. Uiteindelijk had ik toch een aantal ‘interessante Zitaten’ verzameld en kon het grote schrijven beginnen. Of beter: het grote sterven.

Want allemachtig, wat is het moeilijk een artikel te schrijven in een taal die je niet goed machtig bent. Zeker zo’n analyse-achtig stuk als ik wilde maken. Daarvoor moet je goed nadenken, verbanden trekken, met een doorwrocht betoog komen. En dat is dus heel lastig als je in het Nederlands denkt en in het Duits schrijft. Gelukkig hadden zowel Hagedorn als de Duitse politicoloog mij hun analyse per mail gestuurd, in het Duits – dus daar kon ik in ieder geval al niet meer nat op gaan. Nu het betoog nog.

Na vijf werkdagen zwoegen was het af. Er stond een aardige vergelijking tussen AfD en PVV, waaraan ik weliswaar bijna was gestorven, maar waarop ik toch vrij trots was. De redactiechef was ook tevreden, we keken het samen na, ze verbeterde wat taal- en grammaticafouten, schreef sommige zinnen wat levendiger op (want tja, voor native Duitsers moet mijn betoog eruit hebben gezien als een opstel van een 8-jarige) en gaf er een stevige klap op. Klaar, woensdag in de krant.

En toen werd het woensdag. En belde de hoofdredactie in Düsseldorf. Hartstikke leuk, dat stuk van de Holländerin, maar het zou wel fijn zijn als ik ook Front National en de Oostenrijkse FPÖ nog in mijn stuk kon opnemen. Voor het grote Europese gevoel. Want tja, de lezer is nou eenmaal niet geinteresseerd in alleen Nederland. En kon het om 17 uur af?

De redactiechef was er niet om me te redden of bij te staan. Ik besloot me niet te laten kennen en zo goed en kwaad als het ging prutste ik in steenkolen-Duits nog wat info en niet-gebruikte citaten in mijn stuk, dat er ineens een stuk minder evenwichtig uit kwam te zien. Om 15u moest het af, want dan had mijn collega tien minuten om er nog eventjes doorheen te lopen.

Het werden de tien langste minuten van de week. Of eigenlijk werden het er dertig. Dertig minuten waarin ik het afwisselend warm en koud had, net niet moest huilen en van binnen heel erg woedend werd, dertig minuten waarin ik moest lachen en bijna kotsen. Want de helft van mijn artikel verdween. Rücksichtslos. Waar ik bij zat. CTRL, ALT ééééén DEL! Want het was niet echt een analyse die ik had geschreven. Want er zat geen stelling in. En bovendien waren de citaten van de deskundigen wel erg gratuit en nietszeggend. En er zat dus geen stelling in het stuk, die ik gaandeweg zou onderschrijven. En het was echt quatsch hoor, wat die deskundigen daar zeiden. Echt quatsch.

Ik kon even niets anders dan naar adem happen en stil toekijken hoe mijn collega uit haar hoofd even een anayse met stelling over AfD, PVV, FN en FPÖ optikte. In een razend tempo, want ze had natuurlijk helemaal geen tijd om dit allemaal te moeten doen. Ik stamelde nog dat de redactiechef heel tevreden was over mijn eerste stuk en of we dat dan misschien niet beter zo konden laten als er geen tijd was voor iets nieuws, maar nee: zo kon het echt niet in de krant, en al helemaal niet op de belangrijke Seite 2.

Ah. Daar was dus iets mis gegaan, want ik was nog altijd in de veronderstelling dat ik een zogenaamde driekolommer schreef voor ergens verderop in de krant. En dat dacht de redactiechef vast ook. Hoopte ik. Maar die Seite 2, ja. Dat was wel even andere koek. Maar toch. Mijn halve artikel, waaraan ik dus vijf dagen had gewerkt en waaraan ik dus bijna was gestorven (had ik dat al gezegd?), was dus zomaar verdwenen en daarvoor in de plaats stond een tekst van iemand anders. Met mijn naam erboven, want dat had ik verdiend. Ik had er tenslotte zo hard aan gewerkt. Ammehoela, dacht ik. Je wil gewoon je eigen naam niet boven zo’n slecht stuk.

Overigens moet ik wel eerlijk zeggen dat deze drastische collega niet onaardig is geweest of naar of lullig, alleen een beetje eh… extreem. En gespannen door de deadlinestress, want ze schrijven hier gemiddeld zo’n drie stukken per persoon per dag. Maar het voelde toch een beetje raar dat ik op vrijdag op wolkjes het pand uit ging, want ik hat es geschafft een artikel auf Deutsch te schrijven en dat was ook nog goedgekeurd, en een paar dagen later alleen de laatse anderhalve kolom van dit stuk terug vond in het daadwerkelijke verhaal. Waar mijn naam dus boven stond.

De complimenten van de hoofdredacteur heb ik dus maar heel even voor lief genomen, al vond de hele redactie hier dat ik die toch echt zelf verdiend had. Voor mijn volgende stuk, een analyse van de teloorgang van de sociaal-democratie in Europa, ingezoomd op SPD en PvdA, heb ik toch maar om een intensieve samenwerking gevraagd met de collega die de SPD-portefeuille onder zich heeft. Want dit overkomt me niet nog een keer, ook al zal mijn naam nu nooit meer glorieus in haar eentje boven een stuk op de Seite 2 prijken.

Wil je het stuk lezen trouwens? Want het is wel echt de moeite waard. Kijk dan even onder ‘Artikelen’ of klik hier.