Coverstory

IMG_1793Ik schreef een verhaal voor Ouders van Nu. Of eigenlijk schreef ik een cursus Angermanagement voor Ouders voor Ouders van Nu. Uit het leven gegrepen, mag ik wel zeggen. Opvoedcoach en mindful-parentingtrainer Merel Obermeijer, die ik citeer in het stuk, helpt ons af en toen om (het gedrag van) onze kinderen beter te leren begrijpen, om te gaan met onze dochter-die-niet-slaapt en, jawel, ons geduld te bewaren. Die laatste tips kan met name ik goed gebruiken.

En daar kunnen dus fijne artikelen uit komen, die zelfs groot op de cover staan én onderwerp zijn van het editorial. Het is een mooie dag. Als je op het plaatje klikt, kun je het lezen, of onder ‘Artikelen’.

Mijn laatste stuk voor de Rheinische Post

Migranten-Rheinische Post 4-5-16Gisteren schreef ik mijn allerlaatste stuk voor de Rheinische Post, over een migratierapport dat werd gepresenteerd. Op een heuse persconferentie, met klikkende en flitsende camera’s, vier sprekers achter een grote desk, met gigantische borden met daarop niet alleen hun geslacht, naam, meisjesnaam, maar ook al hun titels. Verder tafels vol koffie, thee, limonade en koekjes voor de journalisten. Op een eerdere persconferentie waar ik was, werden zelfs broodjes met zalm geserveerd.

Je kunt van de Duitsers veel zeggen, maar ze weten in ieder geval van zelfs de saaiste dingen nog een evenement te maken.

Het artikel dat ik na de koffie en de koekjes schreef, vind je hier. Ik kreeg er zowaar nog een compliment voor ook. Overigens is de inhoud van het stuk ook wel echt interessant. Uit het rapport waarover het gaat, van oa het Duitse CBS, blijkt namelijk dat een op de drie Duitse kinderen onder de zes inmiddels een migrantenachtergrond heeft. Ik vind dat best veel en ben ook heel benieuwd wat dat gaat doen met de Duitse samenleving. Hoe het in Nederland zit, heb ik nog zo gauw niet kunnen vinden.

Een andere interessant gegeven uit het rapport vind ik dat de migranten in Duitsland over het algemeen vrij tevreden zijn over hun leven in het algemeen, ondanks het feit dat ze lager opgeleid zijn en minder verdienen dan niet-migranten. Tweede-generatie migranten denken zelfs dat hun leven er over vijf jaar een stuk beter uit ziet, en dat denken autotochtone Duitsers niet. Ook bijzonder: 80 procent van de migranten wil absoluut in Duitsland blijven wonen. Het is natuurlijk ook een goed land om te zijn, als je bedenkt dat het gemiddelde netto salaris hier 2235 euro is. Dat verdienen migranten niet trouwens, die schommelen tussen de 1795 en 2000 euro netto. Wat ik ook nog niet eens zo weinig vind, eigenlijk.

Overigens gaat dit over migranten die al langere tijd in Duitsland zijn. De gastarbeiders en hun nakomelingen bijvoorbeeld, en de mensen die tot 2014 binnenkwamen. Over de vluchtelingen is nog te weinig bekend, behalve dat ze nauwelijks toegang hebben tot onderwijs en arbeid. Voor elke Iraanse vluchteling met een baan, is er ook eentje zonder. Bij de Syriers is het nog erger, daar heeft maar een op de drie werk.

Dat is dan ook wel weer een mooie bijkomstigheid van mijn periode hier in Berlijn. Ik houd me in Nederland meestal niet zo bezig met dit soort cijferrapporten en nieuwsdingen, want ik ben toch meer van de achtergrond, maar ik merk dat ik in ieder geval dit thema heel erg interessant vind, en ook heel benieuwd ben hoe het er in Nederland voorstaat met de migranten. Sowieso heb ik hier veel ideeen opgedaan voor nieuwe onderwerpen en artikelen. Ik hoop dat ik in Nederland (nog) de rust kan vinden deze ideeen ook echt uit te werken en ze mee te nemen naar Het Oog en naar bladen.

Nu eerst nog even authentiek Berlijns Mittagessen, dan nog vergaderen en dan zit het erop, hier bij de Rheinische Post. Jammer.

Een interview met Rutte

Interview Rutte RP 27-04-16‘Zo! Dus jij gaat ons een interview met premier Rutte bezorgen!’ De hoofdredacteur van de Rheinische Post, die even vanuit Düsseldorf over is om ‘zijn’ parlementaire redactie in Berlijn te bezoeken, zeilt bulderend mijn kantoor binnen. Hij slaat me nog net niet op mijn schouder, lacht nog eens hard en voor ik het weet, is hij alweer verdwenen.

Twee weken eerder. Maandag, tien over negen. Mijn eerste werkdag in Berlijn. Ik ben amper gearriveerd op de redactie of de chef legt de vraag al op tafel: of ik een interview met premier Rutte kan regelen voor de krant. Want ik moet begrijpen dat dat wel heel mooi zou zijn, voor de Regionalzeitung  van Nordrhein-Westfalen, die natuurlijk erg op Nederland gericht is. En wist ik al dat de krant, met alle partnerkranten, wel een miljoen lezers heeft? Een uitgelezen kans dus voor Rutte om zijn verhaal te doen, nietwaar?

Nog twee weken eerder. Taalcursus in Limburg. Een van de Duitse journalisten die straks in Nederland gaat werken, gniffelt als hij hoort dat ik op de parlementaire redactie van zijn krant terecht kom. “Mark my words”, lacht hij. “Ze willen een interview met Mark Rutte. Niks meer en niks minder.”

Drie weken geleden. De chef is veertien dagen ziek geweest, maar zet haar eerste voorzichtige stappen weer op de redactie. Haar allereerste vraag aan mij: “Wanneer kunnen we Rutte interviewen?”  Ik besluit dat het hoog tijd wordt om duidelijk te maken dat ik niet verwacht dat dat gaat gebeuren.

Want mijn drie mails aan de RVD, die de persafspraken voor Rutte maakt, leverden tot nu toe niets op. De aardige voorlichter die ik uiteindelijk maar eens opbel, geeft me weer hetzelfde mailadres, om mijn verzoek nogmaals naartoe te sturen. Of ik dan wél iets zou horen, kan ze me niet zeggen. Mijn Haagse collega’s in Nederland lachen me nog net niet uit als ik vraag hoe ik het dan het beste kan proberen en wensen me veel succes. Ik kan ze geen ongelijk geven.

Ik besluit eens bij mijn collega’s te vragen hoe vaak de krant eigenlijk al een interview met Bundeskanzlerin Merkel had gehad. Niet heel regelmatig, was het antwoord. Maar Duitsland is ook groot en Merkel druk. Op mijn antwoord dat Rutte ook best veel te doen heeft en lang niet alle Nederlandse media te woord staat, laat staan Duitse, krijg ik te horen dat ik het trotzdem nog maar eens moest proberen. Had ik zijn persvoorlichter al opgebeld? En had ik wel gezegd dat de krant wel een miljoen lezers heeft?

En mocht het nou echt echt echt niet lukken met Rutte, dan kan ik natuurlijk ook Frans Timmermans interviewen. Of Bert Koenders, in uiterst geval van nood. Een minister van Buitenlandse Zaken staat immers ook best mooi in de krant. Toch?

Maar dan ineens komt er, op een druilerige middag, een persbericht binnen van de RVD. Minister-president Mark Rutte bezoekt op maandag 25 april de Hannover Messe, de grootste technologiebeurs ter wereld. En er is een persmoment. Ineens ruik ik mijn kans. Ik bel de persvoorlichtster en vraag of de premier dan wellicht tijd zou hebben voor een interview met een Duitse krant met wel een miljoen lezers. Ik verwacht gegrinnik te horen aan de andere kant van de lijn, want Rutte is in Hannover omgetwijfeld veel te druk met alle elektrische auto’s, Hollandse ondernemers en begaafde TU-studenten om met mij te praten. Maar niks van dit alles. Ik krijg  maar liefst vijf hele minuten. Voor een interview. Onder vier ogen. Alleen hij en ik (en de persvoorlichtster) en het opnameapparaat.

Ik kan het bijna niet geloven. Mijn collega’s wel: ‚Zie je, de aanhouder wint altijd!‘ glunderde de chef. En ach, zo is het uiteindelijk ook.

Mijn interview met Rutte stond op Koningsdag op de voorkant van het buitenlandkatern en je kunt het hier lezen. En hoe het ook nog bijna mis ging, schrijf ik snel.

Het artikel dat (weer) de krant niet haalde

Het is me wat hier bij de Rheinische Post. Gisteren haalde opnieuw een stuk van mij de krant niet. Schijnt hier vrij normaal te zijn (Duitse collega: “Ich kann dir sagen, dass auch ich und eigentlich alle bei der RP Geschichten für die Mülltonne geschrieben haben”), maar ik vond het wel een beetje een teleurstelling, want zo’n kort stukje schrijven kost me een hoop tijd en energie. En dan wil je toch ook resultaat zien in de vorm van een vers, papieren krantenartikeltje. Daarom maar hier, opdat ik er zelf nog van kan genieten. En jullie ook.

Merkel erhält internationalen Preis für Meinungsfreiheit

Berlin Für ihre moralische Führung Europas in der Flüchtlingskrise hat Bundeskanzlerin Angela Merkel gestern in Middelburg in den Niederlanden den „Vier Freiheiten Preis“ bekommen. Der Preis geht auf den amerikanischen Präsidenten Franklin D. Roosevelt zurück und steht für die von ihm 1941 formulierten Grundsätze: Meinungsfreiheit, Religionsfreiheit und die Freiheit von Not und Angst.

Merkel erhielt den Preis für ihr Agieren in der Flüchtlingskrise´ sowie für ihren Einsatz in der Schuldenkrise und im Ukrainekonflikt. Die Jury würdigte Merkel auch für ihre „große moralische Führung“ in Deutschland gegen das „Aufkommen der Anti-Islam-Bewegung Pegida“. Ministerpräsident Rutte, der eine sehr persönliche Rede hielt, rühmte die Kanzlerin für ihre Überzeugung, dass Deutschland und die EU ein Schiff der Freiheit, der Stabilität und des Fortschritts vor allen anderen in der Welt sein sollen. Der niederländische Premier war so höflich, die Aufregung um den deutschen Satiriker Jan Böhmermann nicht zu erwähnen – obwohl der Preis eben auch der Meinungsfreiheit gilt.

Merkel ging auch auf die Flüchtlingskrise ein und betonte, dass das vor vier Wochen vereinbarte EU-Türkei-Abkommen eine reale Perspektive biete, die irreguläre Migration aus der Türkei nach Europa deutlich zu reduzieren.

Der „Vier Freiheiten Preis“ wird einmal im Jahr vergeben. Merkel ist die erste amtierende Regierungschefin, die den Preis bekommt. Frühere Preisträger waren unter anderem Merkels Vorgänger Helmut Schmidt (1988)und Richard Weizsäcker (2008). Auch die ehemaligen US-Präsidenten John F. Kennedy und Jimmy Carter sowie der frühere sudafrikanischen Präsident Nelson Mandela erhielten den Preis.

P.S. Vorige week verscheen ook mijn doorwrochte analyse over de teloorgang van de sociaal-democratie in Europa niet, omdat de slechte peilingen voor de SPD al nieuws genoeg waren (waarom zou je ook verder kijken dan je neus lang is?), maar die kan ik helaas niet plaatsen omdat er nog geen eindredactie overheen gegaan was. En ik wil natuurlijk wel dat jullie denken dat ik volledig uit mezelf zo goed Duits schrijf.

Ondertussen in Nederland

imageIn november trouwden Antal en ik. Met onze kinderen erbij. Het was een heerlijke dag, waarop we trouwens ook hoorden dat we naar Berlijn zouden gaan, dus het was dubbel feest! Over onze trouwdag en die van Thera Knopperts en Hannah Roelofs schreef ik een verhaal voor Ouders van Nu. Die verscheen afgelopen week en mijn verhaal staat zelfs op de cover. Nu ben ik extra trots! Het hele verhaal lees je hier.

Hoe mijn artikel ineens niet meer mijn artikel was

ArtikelAFDPVV010416Het was zwoegen op de redactie, de afgelopen twee weken. Omdat ik nogal verbaasd was over de heftigheid waarmee er in (links) Duitsland in het algemeen, maar hier op de redactie in het bijzonder, werd gereageerd op de overwinning van de AfD tijdens de deelstaatsverkiezingen in maart, stelde ik voor om een artikel te schrijven over de AfD en de PVV. Om een vergelijking tussen beide partijen te maken. Uit een soort empathie met mijn collega’s ook, om ze te laten zien dat wij in Nederland al tien jaar dealen met Wilders en consorten en dat dat in het begin ook echt lastig was, maar dat het land nog steeds overeind staat en de Nederlanders niet met geheven rechterarm over straat gaan. Want ja, de PVV is populistisch, anti-Islam, rechts en bij vlagen zelfs extreem-rechts en Wilders zegt soms ook echt heel rare dingen die ik hier nauwelijks uitgelegd krijg (‘Minder, minder, minder’), maar bij heel gevaarlijk en rechtsextremistisch, zoals ze hier denken dat de PVV is, denk ik toch eerder aan de neo-nazi’s en sommige lieden van Pegida, of aan Constant Kusters en de Nederlandse Volksunie dan aan Wilders.

Aldus geschiedde. Ik mocht het stuk schrijven, want ze vonden het razend interessant. Een vergelijking was alleen wellicht niet het beste idee, misschien kon ik beter opschrijven hoe er in PVV- en Front Nationalkringen werd gereageerd op de overwinning van Frauke Petry en haar partij. Daarvoor hoefde ik niet de Franse correspondent lastig te vallen hoor, ik kon dat ook wel op Google vinden. Ik besloot echter wel de Franse correspondent te mailen, want wie weet zulke dingen nou beter dan de vrouw ter plaatse? En zij kwam meteen met heel veel info en vond het heel bijzonder dat ik dit ging opschrijven, want: ‘het is een heel spannend thema’.

Een dag later kreeg ik te horen dat ze toch liever een vergelijking wilden tussen AfD, PVV en Front National, alle drie rechtspopulistische partijen die erg succesvol zijn de laatste tijd. Op eigen houtje besloot ik me dan toch vooral op AfD en PVV te richten. Ik ben tenslotte Nederlandse gastredacteur bij de krant en dus leek me dat wel te verkopen. Ik interviewde professor Axel Hagedorn, die zelf al eens een vergelijking maakte tussen AfD en PVV en zocht een goede Duitse politicoloog die me meer kon vertellen over het thema. Dat was makkelijker gezegd dan gedaan. Want ze willen hier het liefst Grote Namen in de krant, en die wisten nou net even niks over de PVV en de mensen die in mijn ogen wel interessante dingen zeiden, waren niet bekend genoeg. Uiteindelijk had ik toch een aantal ‘interessante Zitaten’ verzameld en kon het grote schrijven beginnen. Of beter: het grote sterven.

Want allemachtig, wat is het moeilijk een artikel te schrijven in een taal die je niet goed machtig bent. Zeker zo’n analyse-achtig stuk als ik wilde maken. Daarvoor moet je goed nadenken, verbanden trekken, met een doorwrocht betoog komen. En dat is dus heel lastig als je in het Nederlands denkt en in het Duits schrijft. Gelukkig hadden zowel Hagedorn als de Duitse politicoloog mij hun analyse per mail gestuurd, in het Duits – dus daar kon ik in ieder geval al niet meer nat op gaan. Nu het betoog nog.

Na vijf werkdagen zwoegen was het af. Er stond een aardige vergelijking tussen AfD en PVV, waaraan ik weliswaar bijna was gestorven, maar waarop ik toch vrij trots was. De redactiechef was ook tevreden, we keken het samen na, ze verbeterde wat taal- en grammaticafouten, schreef sommige zinnen wat levendiger op (want tja, voor native Duitsers moet mijn betoog eruit hebben gezien als een opstel van een 8-jarige) en gaf er een stevige klap op. Klaar, woensdag in de krant.

En toen werd het woensdag. En belde de hoofdredactie in Düsseldorf. Hartstikke leuk, dat stuk van de Holländerin, maar het zou wel fijn zijn als ik ook Front National en de Oostenrijkse FPÖ nog in mijn stuk kon opnemen. Voor het grote Europese gevoel. Want tja, de lezer is nou eenmaal niet geinteresseerd in alleen Nederland. En kon het om 17 uur af?

De redactiechef was er niet om me te redden of bij te staan. Ik besloot me niet te laten kennen en zo goed en kwaad als het ging prutste ik in steenkolen-Duits nog wat info en niet-gebruikte citaten in mijn stuk, dat er ineens een stuk minder evenwichtig uit kwam te zien. Om 15u moest het af, want dan had mijn collega tien minuten om er nog eventjes doorheen te lopen.

Het werden de tien langste minuten van de week. Of eigenlijk werden het er dertig. Dertig minuten waarin ik het afwisselend warm en koud had, net niet moest huilen en van binnen heel erg woedend werd, dertig minuten waarin ik moest lachen en bijna kotsen. Want de helft van mijn artikel verdween. Rücksichtslos. Waar ik bij zat. CTRL, ALT ééééén DEL! Want het was niet echt een analyse die ik had geschreven. Want er zat geen stelling in. En bovendien waren de citaten van de deskundigen wel erg gratuit en nietszeggend. En er zat dus geen stelling in het stuk, die ik gaandeweg zou onderschrijven. En het was echt quatsch hoor, wat die deskundigen daar zeiden. Echt quatsch.

Ik kon even niets anders dan naar adem happen en stil toekijken hoe mijn collega uit haar hoofd even een anayse met stelling over AfD, PVV, FN en FPÖ optikte. In een razend tempo, want ze had natuurlijk helemaal geen tijd om dit allemaal te moeten doen. Ik stamelde nog dat de redactiechef heel tevreden was over mijn eerste stuk en of we dat dan misschien niet beter zo konden laten als er geen tijd was voor iets nieuws, maar nee: zo kon het echt niet in de krant, en al helemaal niet op de belangrijke Seite 2.

Ah. Daar was dus iets mis gegaan, want ik was nog altijd in de veronderstelling dat ik een zogenaamde driekolommer schreef voor ergens verderop in de krant. En dat dacht de redactiechef vast ook. Hoopte ik. Maar die Seite 2, ja. Dat was wel even andere koek. Maar toch. Mijn halve artikel, waaraan ik dus vijf dagen had gewerkt en waaraan ik dus bijna was gestorven (had ik dat al gezegd?), was dus zomaar verdwenen en daarvoor in de plaats stond een tekst van iemand anders. Met mijn naam erboven, want dat had ik verdiend. Ik had er tenslotte zo hard aan gewerkt. Ammehoela, dacht ik. Je wil gewoon je eigen naam niet boven zo’n slecht stuk.

Overigens moet ik wel eerlijk zeggen dat deze drastische collega niet onaardig is geweest of naar of lullig, alleen een beetje eh… extreem. En gespannen door de deadlinestress, want ze schrijven hier gemiddeld zo’n drie stukken per persoon per dag. Maar het voelde toch een beetje raar dat ik op vrijdag op wolkjes het pand uit ging, want ik hat es geschafft een artikel auf Deutsch te schrijven en dat was ook nog goedgekeurd, en een paar dagen later alleen de laatse anderhalve kolom van dit stuk terug vond in het daadwerkelijke verhaal. Waar mijn naam dus boven stond.

De complimenten van de hoofdredacteur heb ik dus maar heel even voor lief genomen, al vond de hele redactie hier dat ik die toch echt zelf verdiend had. Voor mijn volgende stuk, een analyse van de teloorgang van de sociaal-democratie in Europa, ingezoomd op SPD en PvdA, heb ik toch maar om een intensieve samenwerking gevraagd met de collega die de SPD-portefeuille onder zich heeft. Want dit overkomt me niet nog een keer, ook al zal mijn naam nu nooit meer glorieus in haar eentje boven een stuk op de Seite 2 prijken.

Wil je het stuk lezen trouwens? Want het is wel echt de moeite waard. Kijk dan even onder ‘Artikelen’ of klik hier.

Artikelen – in het Duits ja

Op dit moment zwoeg ik op een artikel over de overeenkomsten en verschillen tussen de AfD, de PVV en het Front National. Best pittig, zeker in het Duits. Het is vooral moeilijk in het Duits na te denken, terwijl eerst in het Nederlands schrijven en het dan vertalen weer zo’n gedoe is. En het onderwerp is ook niet bijzonder eenvoudig, vind ik. Maar hoe het ook allemaal zij: aanstaande donderdag staat het hopelijk in de krant. En dan ook hier, zodat jullie daar in Nederland ook mee kunnen lezen.

Artikelen uit Berlijn.

Pasje

bundespresseIk kreeg vandaag een spannend pasje. Hiermee mag ik alle gebouwen van de Bondsdag in. Ik haalde het pasje op in een kantoortje dat er speciaal was voor de zogenaamde ‘Presse-akkreditierungen’. Dat kantoortje bestond uit twee kamers. In de linker kamer zat een geblondeerde dame met blauwe oogschaduw achter een bureau met plastic bloemen erop. Op haar deur stond ‘Presse-akkreditierung A-K’. Aan de overkant van de wachtruimte lag een zelfde soort kamer met daarin een donkere dame met een grote bril achter een bureau met een Alpenkalender erop. Op haar deur stond ‘Presse-akkreditierung L-Z’. Ik maak geen grap.

Ik moest bij de blonde dame zijn. Op haar bureau stond een grote houten bak met daarin ontelbaar veel kaartjes. De kaartenbak. Daaruit haalde ze het kaartje met mijn naam. Daarmee ging ze naar een grote metalen kast met daarin ontelbaar veel hangmappen. Uit één van de hangmappen haalde ze een formulier met daarop mijn gegevens. Daarmee ging ze naar haar grote computer waar een muismat naast lag met daarop een poes. Ik maak geen grap.

Er was ook een RSI-toetsenbord. Nadat ze haar leesbril had opgezet die aan een kettinkje op haar angora boezem lag, tikte ze daar iets op in. Daarna moest ik op een krukje gaan zitten en maakte ze met een hypermoderne webcam een foto van mijn hoofd. En toen kwam er ineens uit een printer een rood pasje gerold. Ik had dat eerlijk gezegd niet verwacht. Ik dacht dat ik met een zelfgestempelde ponskaart in een plastic hoesje de deur uit zou lopen. Viel het allemaal toch nog mee. Net als de foto.

Toen ik trouwens vroeg of er dagelijks veel mensen kwamen voor een persaccreditatie, vanwege de gescheiden kantoortjes, was het antwoord: de ene dag wel en de andere dag niet. Okee.

Oh ja, ik schreef vandaag ook mijn eerste stukje. Dat vind je hier. Morgen staat het ook in kortere versie in de krant. En als je denkt: wat kan dit meid Duits schrijven, dan komt dat vooral omdat het een heel goed persbericht was en een leuke persconferentie. Waar ze broodjes met zalm serveerden. En omdat ik een aardige collega heb die de boel een beetje nakeek.

Eerste werkweek in Berlijn

We zijn er. Een week al IMG_7345zelfs. En ik zou eigenlijk elke dag een blogje moeten schrijven, want er is zoveel te vertellen. Want er is zoveel te zien. En ik heb al zoveel beleefd. Maar laat ik beginnen met het werk, want daarvoor ben ik tenslotte naar Berlijn gekomen.

Maandagochtend 7 maart om 9u meldde ik me braaf op het Berlijnse kantoor van de Rheinische Post, Antal en de kinderen achterlatend in een fijn, maar volledig op zijn kop staand appartement in Prenzlauer Berg – we waren nog geen elf uur daarvoor aangekomen. In dat kantoor bleek niet de stadsredactie van de krant te huizen, zoals me was voorgespiegeld, maar de parlementaire redactie. Dat betekent dat ik me niet bezighoud met mooie verhalen maken over Berlijn, maar met louter politieke zaken. Even slikken en weer doorgaan, zou Marco Borsato zingen.

Het betekent wel dat ik nu alles weet over de deelstaatsverkiezingen in Baden-Württemberg, Sachsen-Anhalt en Rheinland-Pfalz van morgen, die niet meer om de regionale thema’s gaan, maar louter om Merkel en haar vluchtelingenpolitiek. Gaat Merkel verliezen met haar CDU, of hebben de mensen nog vertrouwen in haar? De Duitse collega’s hebben het bijna niet meer van de spanning, in ieder geval. En ik moet zeggen dat ik toch ook wel benieuwd ben naar de uitslag en de gevolgen. Zo zie je maar.

Het grootste deel van mijn parttime (!) werkweek ging echter op aan het aanvragen van interviews met premier Rutte (2x), minister Koenders, Eurocommissaris Timmermans en PVV-leider Geert Wilders. Jawel. Voor minder doen we het niet, moeten mijn tijdelijke collega’s gedacht hebben. Nu we een Holländerin in der Redaktion hebben, zullen we er ook alles uithalen. Prima, ik ben natuurlijk de beroerdste niet, maar heb ze wel even duidelijk gemaakt dat ik dit niet elke week opnieuw zal herhalen. En dat de kans minimaal is dat één of meerdere heren zal toehappen, zoals deze week al bleek. Vinden ze toch maar lastig aan te nemen. Ik zal eens vragen of het een van de Duitse journalisten in Nederland al gelukt is om een interview met Merkel te regelen.

Het uitje van de (werk)week was een bezoekje aan de Bundespressekonferenz, een persconferentie georganiseerd door de Duitse parlementaire pers, waar de woordvoerders van alle ministeries drie maal per week aanschuiven om de agenda van de desbetreffende minister door te nemen met de pers en om, vooral, ondervraagd te worden over alle prangende ministeriële kwesties. En daar wordt ook uitgebreid de tijd voor genomen. Een superhandig systeem, dat pers en woordvoering een hoop (onbeantwoorde) telefoontjes tussendoor kan schelen. Ik stel voor dat Nieuwspoort zoiets ook gaat instellen. Ik zou komen.

En ja, ik werk dus parttime. Drie dagen van 9 à 10 uur. Dat bleek na een beetje gedoe aan het begin, totaal geen probleem. En dat is maar goed ook, want hoewel ik volgens mijn collega ‘schon fliessend Deutsch’ spreek (want pertinent onjuist is overigens), vind ik het nog behoorlijk vermoeiend, zo’n vreemde taal. Neem daarbij dat ik werk moet doen dat ik in Nederland ook niet dagelijks doe en zo’n eerste week op een nieuwe plek sowieso best heftig is en de puzzel is compleet. Ik lig dus elke avond voor tienen gestrekt. Ach, we hebben toch nog geen oppas.

Binnenkort meer over de Duitse manier van journalistiek bedrijven (roepen waarover je iets gaat schrijven, één telefoontje plegen, een half uur op je toetsenbord rammelen en klaar), maar ook nog stukjes over Stolpersteine, acht trappen en twee kinderen en de weg vinden zonder Wifi.