De vraag van week 43

Tramhalte Weesperplein, Amsterdam. 8.50u. Nog tien minuten wachten op tram 10. Er staan weinig mensen te wachten en het bankje is leeg. Ik ga zitten en pak een boek uit mijn tas. Al gauw komt er een mevrouw met een stok de halte in. Ik schuif een beetje op en ze gaat ook op het bankje zitten. We zitten ieder op de hoek van het bankje en in het midden is nog een beetje ruimte. In principe kan daar nog wel iemand tussen, maar dat gebeurt nooit, toch? Dat hoort ook eigenlijk niet. Zo’n bankje is voor twee personen, zodat die een lekker ruim kunnen zitten en geen last hebben van elkaars ellebogen en lichaamsgeur.

Maar toen kwam er een meisje naar de halte. Ze had hoge hakken aan, veel make-up op en was nog jong. Ze had geen stok, was niet blind en niet bejaard, dus het leek mij niet nodig om op te staan. Maar het meisje wilde wel graag zitten (wat wil je met die hakken?) en wrong zich tussen de oude mevrouw en mij in op het bankje voor twee personen. De mevrouw en ik schoven allebei nog een stukje op.

Daar zaten we dan. We konden niet bewegen, want dan deden we elkaar pijn. We voelden elkaars lichaamsnwarmte en roken elkaars parfum. De lange haren van het meisje kriebeleden op mijn wang. We pasten met zijn drieën op het bankje, maar daarmee was ook alles gezegd.

Ik werd een beetje opstandig. Ik dacht: potverdrie, wij zaten hier al! Jij moet weg. Zo’n bankje is voor twee personen en in jouw luiheid heb je je nu ontzettend in mijn persoonlijke ruimte gemanoevreerd.

Maar ja, eigenlijk deed het meisje niks verkeerd. De mevrouw en ik hadden veel ruimte over en we pasten best met zijn drieën. Maar ik vond het heel vervelend. Dus de vraag van week 43 is:

Stelde ik mij aan, omdat het meisje zich op het bankje propte, of had ik groot gelijk en bestaan er ongeschreven regels voor tramhaltebankjes die inhouden dat er maar twee mensen op kunnen zitten?

1 thought on “De vraag van week 43

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *