Sail

Ik probeerde me voor te stellen hoe dat nou zou zijn, dobberend op zee, met om je heen niets anders dan de woelige baren en de horizon. Of zie je dan vier horizonnen? En dan zou ik daar liggen in het net onder de boegspriet, met een boekje en een zonnebril, terwijl aan dek vijftig matrozen in witte pakjes en blauwe kragen met die robuuste Russische petten op, liedjes zongen en schrobten. ’s Avonds ging ik slapen in mijn hangmat, zachtjes wiegend op de deining van de golven en als ik dan door mijn patrijspoort keek, zou ik niks anders zien dan het groenblauwe water.

Ondertussen ploegde ik voort op de kade van het IJ, terwijl mijn achterbuurman op mijn slipper stond en ik struikelde over een buggy.